Opinie artikel: Natuurlijk Kapitaal

De afgelopen jaren groeit de aandacht voor natuurlijk kapitaal – de ecosystemen en natuurlijke hulpbronnen die onze economie én ons welzijn ondersteunen. Wat ooit begon als bewustwording over het verlies van biodiversiteit en de uitputting van hulpbronnen, is inmiddels uitgegroeid tot een maatschappelijke en economische urgentie. En terecht. Want zolang we natuur blijven beschouwen als gratis en onuitputtelijk, is een duurzame toekomst niet mogelijk.
We weten dit al jaren. Toch blijven de fundamentele systeemveranderingen uit. De initiatieven die tot nu toe zijn genomen, hebben nauwelijks geleid tot een andere manier van waarderen en omgaan met de natuur. Onze economie ziet natuur nog steeds als kostenpost of bijzaak, in plaats van als hoofdbron. En dat terwijl inmiddels duidelijk is dat 55% van het mondiale BBP afhankelijk is van natuurlijke hulpbronnen. Het risico dat hieraan kleeft, wordt structureel onderschat.
Ironisch genoeg begint de financiële wereld dit nu ook in te zien – maar om heel andere redenen. Grote investeringsmaatschappijen zoals Blackrock en KKR richten inmiddels hun aandacht op natuurlijk kapitaal. Alleen niet vanuit visionair gedreven zorg voor de aarde, maar omdat schaarste winst betekent. En waar iets schaars dreigt te worden, willen zij hun positie veiligstellen. Zo stromen de rendementen straks niet naar de boeren die al jaren werken aan natuurherstel, maar naar de investeerders die daar nu pas geld in zien.
Dat is niet de bedoeling. Na decennia waarin ‘big agro’ de dienst uitmaakte, dreigt die rol te worden overgenomen door ‘big finance’. Daarbij worden dezelfde fouten helaas opnieuw gemaakt: natuur wordt gecommodificeerd en boeren staan met lege handen. Terwijl juist de biologische en regeneratieve boeren ecosysteemdiensten leveren, zoals gezonde bodems, schoon water en meer biodiversiteit – die allemaal essentieel zijn voor onze samenleving. Alleen zonder daar tot nu toe een beloning voor te krijgen. Sterker nog: zij moeten hun producten vaak duurder maken om hun kosten te dekken, wat ze minder toegankelijk maakt voor mensen met een kleinere beurs.
Dat is niet alleen oneerlijk maar ook onverstandig. Zeker als je weet dat reguliere landbouw kosten zoals bodemuitputting, vervuiling of CO₂-uitstoot doorschuift naar de maatschappij en toekomstige generaties. Dit moet anders.
Er is dringend behoefte aan een concurrerend verdienmodel waarin boeren worden beloond voor de ecosysteemdiensten die ze leveren. Een model waarin het onderhouden van natuurlijke hulpbronnen loont, en waarin gezonde producten niet per definitie duurder zijn. De wetenschap is het er al jaren over eens: biologische landbouw is beter voor de gezondheid van mens en natuur. Het wordt tijd dat onze economie die waarheid weerspiegelt.
Gelukkig zijn er kansen. Met technologie zoals satellietdata, remote sensing en AI kunnen we nu op schaalbare wijze de staat en verbetering van bodem, water en biodiversiteit meten. Daarmee wordt het mogelijk om natuurwaarden niet alleen te monitoren, maar er ook daadwerkelijk een waarde aan toe te kennen. Een logische volgende stap is om op basis daarvan - in overleg met de accountant- gezonde natuur als immaterieel activum op te nemen op de financiële balans van bedrijven. Natuurlijk kapitaal wordt dan meer dan een mooi begrip in beleidsstukken. En hoewel steeds meer instituten, van het Wereld Economisch Forum tot de Wereldbank, dit onderstrepen, blijft het in de praktijk vaak hangen op conceptueel niveau.
Daarom start de Robin Food Coalition, als coalitie van duurzame koplopende MKB-ondernemers, een Natuurlijk Kapitaal Pilot. Daarin worden leveranciers van ecosysteemdiensten, zoals biologische of regeneratieve boeren, gekoppeld aan investeerders. De geleverde ecosysteemdiensten zullen daarin worden behandeld als immateriële activa waardoor uitgaven van de winst- en verliesrekening (P&L) worden verschoven naar de balans. Hierdoor dalen de kosten, stijgt de bedrijfswaarde, worden de financierings- en verzekeringsvoorwaarden gunstiger en verbetert het weerstandsvermogen van de keten tegen weersextremen. Kortom, het versterkt de concurrentiepositie van duurzame bedrijven.
Bovendien opent het de mogelijkheid om de zo ontstane waarde te verhandelen en daarmee investeringen aan te trekken van bijvoorbeeld partijen die ecosysteem schade willen compenseren of partijen die toekomstige kosten of risico’s willen verlagen. Zoals waterbedrijven, vastgoedondernemers of andere partijen voor wie het voorkomen van schade kostenefficiënter is dan het opruimen of repareren ervan. Hierdoor ontstaat een nieuwe cashflow die boeren beloont voor duurzaamheid. Dit kan per toeleveringsketen of gebundeld op een platform/fonds.
Door duurzame ondernemers, technologie en visie samen te brengen, willen we een schaalbare oplossing ontwikkelen. Want dit is hét moment om Nederlandse innovatiekracht in te zetten voor een eerlijker, gezonder en veerkrachtiger systeem. Niet voor het rendement van durfkapitalisten, maar voor de toekomst van ons allemaal.
Eva Gouwens
Volkert Engelsman